Ga naar de inhoud van deze pagina.
1e Bestuursrapportage 2026 Ter vaststelling aan regioraad van 30 juni 2026

3.1.1 Investeringsagenda mobiliteit

In het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (UPM) staan al onze (voorgenomen) investeringen in mobiliteitsmaatregelen in samenhang beschreven. Het is de verdere uitwerking van het Beleidskader Mobiliteit. Daarbij presenteert het begrotingsprogramma ‘Investeringsagenda Mobiliteit’ de beschikbare budgetten, met uitzondering van de grote projecten, zoals schaalsprong ov. De Vervoerregio verzorgt het programmamanagement en start samen met de partners nieuwe projecten. Binnen het UPM kennen we ook enkele deelprogramma's om invulling te geven aan beleidsimpulsen, zoals haltetoegankelijkheid, veilige fietspaden en Verkeer & Meer. De Vervoerregio voert in de rol van opdrachtgever ook zelf projecten uit. Alle projecten en maatregelen in het UPM dragen met hun effecten bij aan ten minste één maar vaak meerdere van onze strategische beleidsdoelen op Bereikbaarheid, Duurzaamheid, Inclusie, Verkeersveiligheid en Gezondheid. Al deze elementen komen terug bij grote projecten zoals bij Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) ZaanIJ, HOV Haarlemmermeer Zuidwest en de Sprong over het IJ-Oostbrug. Maar ook bij de vernieuwingsopgaven van treinstations zoals Lelylaan, Hoofddorp, Duivendrecht en Kogerveld. Hier hebben we veel aandacht voor de inpassing in de omgeving.

Ieder jaar brengen we verslag uit over de voortgang van de maatregelen in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en welke effecten ons beleid heeft. We verwijzen dan ook naar het UPM 2026 voor het actuele overzicht met alle maatregelen en de beoogde resultaten.

Belangrijke opgaven in het Uitvoeringsprogramma in 2026 zijn onder meer duurzaam openbaar vervoer, verkeersveiligheid en voor iedereen toegankelijke mobiliteit die bovendien goed aansluit op de forse woningbouwopgaven. De Vervoerregio wil daarnaast de actieve modaliteiten lopen en fietsen stimuleren. De inspanningen op (door)fietsroutes met het verbeteren van bestaande en creëren we nieuwe schakels in het regionale netwerk liggen goed op schema.

De afgelopen jaren hebben we samen met gemeenten en ontwikkelaars mobiliteitsplannen gemaakt voor plekken waar snel veel nieuwe woningen komen. In ons programma staan steeds meer projecten die hierbij horen. In 2026 hebben we doorbraakafspraken gemaakt over woningbouw en mobiliteit in Nieuw Vennep West. In de hele regio werken we aan plannen om het openbaar vervoeraanbod uit te breiden. Denk aan de HOV tussen Sloterdam en Amsterdam Centraal en snelle busverbindingen (BRT/ Metrobus) op de ZaanIJ-corridor en de route Haarlem-Schiphol/Amsterdam. En we zetten eerste stappen om een geoptimaliseerd metronetwerk te faciliteren.

We willen dat het openbaar vervoer goed blijf functioneren en door iedereen te gebruiken is. Daarom werken we, onder andere met extra geld van de Rijksoverheid via de motie Bikker, aan verschillende verbetermaatregelen. Zo zorgen we we ervoor dat het openbaar vervoer. In de eerste helft van 2026 zijn ongeveer 40 haltes beter toegankelijk gemaakt door bijvoorbeeld het aanpassen van trottoirs en het aanbrengen van markeringen en geleidelijnen. Dit zijn minder haltes dan in vorige perioden, want nu pakken we ook de moeilijkere en duurdere aan. Daarnaast hebben we een flinke stap gezet in het vervangen van displays bij haltes (DRIS) van verschillende wegbeheerders. Zokrijgen reizigers altijd goede reisinformatie. Met de inzet van de OV-coach zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk mensen zelfstandig kunnen reizen en daarmee meer vrijheid hebben in hun mobiliteit.

We zien nog geen daling in het aantal verkeersslachtoffers, terwijl we willen dat dit afneemt. Er is dus nog veel werk te doen. We stimuleren verkeersveilig gedrag via het programma Verkeer & Meer. In de Week van het Verkeer hebben 74 scholen deelgenomen aan verschillende educatieve activiteiten. In maart hebben we een nieuw contract gesloten voor verkeerslessen tot en met 2031. Met de campagne ‘Veilig fietsen’ zetten we erop in dat ouderen op eigen kracht kunnen blijven fietsen. Daarnaast investeren we in verkeersveilige infrastructuur en gebruiken daarvoor onder andere De SPUK van de Rijksoverheid uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. We ondersteunen gemeenten bij het inrichten van straten voor 30 km/uur, meer ruimte voor fietsers en voetgangers met veilige oversteekplaatsen en veilige fietspaden. Daarbij hebben we extra aandacht voor sociale veiligheid.

Verduurzamen doen we onder meer met investeringen in schone energie, schonere voertuigen, infrastructuur & productie en door duurzame inkoop en opdrachtgeverschap. Een voorbeeld is het leveren van bijdragen aan eenmalige investeringen in laadinfrastructuur en elektrische veren in Amsterdam.

Veel infrastructuur is aan vervanging toe. Steeds vaker benutten we kansen om tegelijk verbeteringen uit te voeren. Daarnaast helpt de Vervoerregio mee om reizigers goed te informeren over werkzaamheden en reisalternatieven.

Belangrijke projecten die in de eerste helft van 2026 zijn gerealiseerd zijn de N201 West – Cruquiusbrug in de Haarlemmermeer, de Hoofdweg-Postjesweg en de busroute en halte Cruquiuseiland, de Wheermolen-Gouwzeestraat in Purmerend. En ook verschillende kleinere maatregelen ter verbetering van fiets, verkeersveiligheid en openbaar vervoer. De vijf grootste projecten, waarover in de eerste helft van 2026 besluitvorming heeft plaatsgevonden zijn:

  • Mobiliteitspakket Stadshart Amstelveen (planstudie)
  • Bijdrage aan de verenvloot van Amsterdam (planuitwerking)
  • Sportas Amstelveen (planuitwerking)
  • HOV Sloterdijk-Amsterdam CS (realisatie)
  • Bus-/trambaan De Boelelaan west (realisatie)

De Vervoerregio is bij het realiseren van haar doelstellingen afhankelijk van wegbeheerders, opdrachtnemers en externe factoren. Door onder andere onzekerheden in de markt en tekorten aan materialen en personeel vertragen projecten en hun uitgaven. Binnen het subprogramma verwachten we in de eerste helft van 2026 wijzingen met financieel effect. De grootste vijf zijn:

  • Uitbreiding energievoorziening metro Amsterdam (TEV) (- € 3,1 miljoen)
  • Fietsbrug Zijkanaal H (- € 2,6 miljoen)
  • Zaanstad - Verbindingsweg Assendelft (– € 2,5 miljoen)
  • Verlengen IJtram (- € 2,1 miljoen)
  • IA OV 1e tranche Rivierenbuurt (- € 0,6 miljoen)

Hier staat tegenover dat ook projecten versneld tot uitgaven komen. Denk aan nieuwe of (aanvullende) verplichtingen voor projecten die in uitvoering zijn gegaan of werkzaamheden die sneller worden uit gevoerd. Binnen het subprogramma verwachten we in de eerste helft van 2026 wijzigingen met financieel effect. De grootste vijf zijn:

  • Dynamische reizigersinformatiepanelen (+ € 3,0 miljoen)
  • Herinrichting Groenelaan Amstelveen (+ € 2,5 miljoen)
  • Bus-/trambaan De Boelelaan west (+ € 1,3 miljoen)
  • ZuidasDok ov-terminal (+ € 1,0 miljoen)
  • Implementatie KAR GVB (+ € 0,7 miljoen)

Het saldo van deze en alle andere hogere en lagere uitgaven bepaalt het uiteindelijke uitgavenniveau van het Uitvoeringsprogramma. Qua opbrengsten is er naast de BDU in 2026 naar verwachting sprake van € 1,2 miljoen aan baten vanuit de specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk aan het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). Daarnaast is sprake van inkomsten/bijdragen gekoppeld aan projecten, waarvoor de Vervoerregio opdrachtgever is, zoals HOV ZaanIJ. Het gaat naar verwachting om een bedrag van ongeveer € 3,3 miljoen. In de tweede bestuursrapportage kunnen we meer duidelijkheid geven over de hoogte van deze bedragen.

Tabel 4. Baten en lasten Investeringsagenda Mobiliteit

Bedragen x € 1.000

De budgettaire aanpassingen binnen het subprogramma Investeringsagenda Mobiliteit.

  • De voorlopige indexatie voor 2026 bedraagt 2,6 %. Daarnaast zorgt het verschil tussen de werkelijke (4,02%) en voorlopige (3,35%) indexatie over 2025 voor een verhoging van 0,67%. In totaal wordt structureel een bedrag van € 5,2 miljoen voor indexatie aan de begroting van dit subprogramma toegevoegd. Dit wordt gedekt uit de BDU-indexatie.

  • Het niet-gerealiseerde en beklemde budget dat in de jaarstukken van 2025 staat, wordt aan de begroting van het subprogramma in 2026 toegevoegd. Het gaat om een incidenteel bedrag van € 8,9 miljoen.

  • De verwachte aanvullende baten voor 2026 zijn incidenteel begroot op € 4,5 miljoen (SPUKS, HOV ZaanIJ en overige projecten). Deze middelen moeten in 2026 worden besteed aan de bijbehorende projecten. Hierdoor stijgen de lasten met hetzelfde bedrag, waardoor ook de lastenkant incidenteel met € 4,5 miljoen is opgehoogd.

De budgettaire aanpassingen tussen de subprogramma’s.

Er vindt een verschuiving plaats tussen Bikker-thema’s om tot volledige besteding van de gelden uit de motie Bikker te komen. Een bedrag € 2,0 miljoen gaat van thema ‘Publieke mobiliteit’ naar thema ‘Toegankelijkheid, inclusie en sociale veiligheid’. Een bedrag van € 1,5 miljoen gaat van thema ‘Landelijke en Regionale Tariefmaatregelen’ naar het thema ‘Aantrekkelijke en goed ingepaste infrastructuur’. Deze verschuivingen van totaal € 3,5 miljoen zijn incidenteel en vinden plaats van het subprogramma Concessies Streek naar Investeringsagenda Mobiliteit.

Voor projectenstudies in verkenningen en planstudiefase is binnen het subprogramma een stelpost opgenomen van € 4 miljoen. De verwachting is dat dit vrijwel volledig wordt benut. De daadwerkelijke uitgaven van het gehele subprogramma liggen deels buiten de invloedsfeer van de Vervoerregio. De Vervoerregio monitort de voortgang van de realisatie van het programma. In de tweede bestuursrapportage 2026 informeren wij over de nieuwe inzichten en stellen we eventueel bijstellingen voor.