Ga naar de inhoud van deze pagina.
1e Bestuursrapportage 2026 Ter vaststelling aan regioraad van 30 juni 2026

3.1.5 Concessie Amsterdam

Aanbodontwikkeling

Figuur 2. Ontwikkeling aanbod openbaar vervoer Concessie Amsterdam

* Laat de ontwikkeling van het aanbod op basis van de afspraken in de Concessie zien, vergeleken met het basisjaar 2023
**Laat de (geprognotiseerde) gerealiseerde aanbod ontwikkeling zien, vergeleken met het basisjaar 2023

In 2023 en 2024, is het openbaar vervoer aanbod van GVB lichtelijk gedaald. GVB had deze jaren te maken met grote personeelstekorten, met name voor de modaliteiten bus en tram. Hierdoor heeft GVB in deze jaren gereden met een afgeschaalde dienstregeling. In 2025 zijn er afspraken met GVB gemaakt om het aanbod toe te laten nemen, waarbij het een vereiste was dat het geboden aanbod ten minste vergelijkbaar was met Vervoerplan 2024-2. Figuur 2 geeft weer dat er in 2026 meer groei in het ov-aanbod is voorzien, waarbij het aanbod ten opzichte van het basisjaar 2023 met 6% zal toenemen. Daarnaast geeft figuur 2 ook de geprognotiseerde gerealiseerde aanbod ontwikkeling weer. Deze lijn laat zien hoe het aanbod zich in werkelijkheid ontwikkelt ten opzichte van het gerealiseerde aanbod in het basisjaar 2023. Voor 2023 en 2024 is dit gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde cijfers uit de eindafrekening 2023 en 2024. Voor de jaren daarna betreft dit een prognose die is gebaseerd op het geplande aanbod conform afspraken binnen de Concessie. Door beide lijnen te vergelijken wordt weergegeven in hoeverre de feitelijke (of verwachte) ontwikkeling van het ov-aanbod aansluit bij de afspraken in de concessie. De geplande groei in de aanbodontwikkeling in 2026 is conform de afspraken die zijn gemaakt in de nieuwe Concessie Amsterdam 2025 die we hieronder uitgebreid toelichten.

Doorontwikkeling van het aanbod

Op 30 juni 2025 heeft de Vervoerregio de concessie Amsterdam 2025 verleend aan GVB. GVB verzorgt het openbaar vervoer per metro, tram en bus in het concessiegebied dat bestaat uit de gemeenten Amsterdam, Diemen en Ouder-Amstel en belangrijke uitlopers naar Amstelveen en Uithoorn. De concessie Amsterdam 2025 is gebaseerd op een Programma van Eisen (PvE) dat aansluit bij het beleidskader door zich te richten op een inclusief, aantrekkelijk, veilig en duurzaam ov-systeem dat past bij haar omgeving. De komende elf jaar groeit het openbaar vervoer in omvang en verandert het netwerk om beter aan te sluiten bij deze beleidsdoelen. Bij de realisatie van de groei kampt GVB, net als de rest van de ov-sector, met grote uitdagingen. Voor de jaren 2026 en 2027 hebben we daarom specifieke afspraken gemaakt over een ‘ingroeipad’. Afspraken waarin GVB stapsgewijs gaat groeien in het ov-aanbod voor de reizigers op straat en waarin stappen gemaakt worden om onze gezamenlijke ambities voor frequenties per lijntype (hoogwaardig, verbindend en ontsluitend) en nieuwe verbindingen waar te maken. Voor de verdere doorontwikkeling zijn financiële middelen beschikbaar in het groeifonds en kwaliteitsfonds. De kaders voor het doorontwikkelen van het openbaar vervoer worden vastgelegd in de geplande kaderbrieven. De uitwerking van deze kaders volgen in de ontwikkelplannen die de vervoerder opstelt. De eerste kaderbrief van het dagelijks bestuur en het eerste ontwikkelplan zijn onderdeel geweest van de inbesteding. Na de vorming van een nieuwe Regioraad en dagelijks bestuur, werkt de Vervoerregio in 2026 aan de kaderbrief voor de periode 2029-2032.

Ontwikkeltafels

De ontwikkeltafels hebben een centrale functie bij de ontwikkelrol van GVB. De insteek is dat de concessiehouder (GVB) intensiever gaat samenwerken met andere stakeholders aan de ontwikkeling van het openbaar vervoer. Belangrijke stakeholders zijn onder meer de concessiegemeenten, de Reizigers Advies Raad en de Vervoerregio zelf. Het doel is dat er vanuit de ontwikkeltafels een gezamenlijk besef van commitment vanuit verschillende invalshoeken ontstaat. Dit zorgt ervoor dat er onderling goede en betrouwbare beslissingen worden gemaakt. In het eerste kwartaal van 2026 is GVB gestart met de ‘ontwikkeltafel Reizigers’ en de ‘ontwikkeltafel Vervoer’. Ook de ‘Ontwikkeltafel Overig’ is in het eerste halfjaar van 2026 van start gegaan. Aan het begin van het proces van de Ontwikkeltafels is het voor alle partijen nog zoeken naar de goede vorm. GVB is zich bewust van de noodzaak tot verbetering en in de loop van 2026 zal het proces strakker vormgegeven worden, onder meer door middel van het opstellen van een spelregeldocument, een jaarkalender en overzichtelijke deelnemerslijsten.

Een van de ontwikkelopgaven in de concessie Amsterdam 2025 is de doorontwikkeling van Mokumflex tot een volwaardige vorm van Basismobiliteit. In het Programma van Eisen (PvE) is hier ruimte geboden voor de keuze tussen het doorontwikkelen van het huidige product en het aanbieden van een vaste lijndienst.De Mystery guest-resultaten geven op dit moment aan dat reizigers tevreden zijn over de uitvoering van Mokumflex. Samen met de gemeente Amsterdam is de Vervoerregio een kwalitatief onderzoek gestart om uit te zoeken op welke manier we het product kunnen optimaliseren en waar de behoeftes liggen van de reizigers uit Landelijk Noord en West. In januari is hiervoor een projectleider aangesteld die in het tweede kwartaal is gestart om uit te zoeken hoe deze PvE-eis het best ingevuld kan worden. We hopen eind 2026 hier een antwoord op te hebben. De consequentie hiervan is wel dat Mokumflex in de huidige vorm langer doorgaat dan gepland.

Ingroeipad voor frequentie eisen

Bij de start van de concessie Amsterdam 2025 had GVB nog niet voldoende personeel om meer OV te rijden dan de minimumeisen uit het contract. Dit betekent dat het lastiger is om het aanbod verder uit te bouwen. Door in 2026 en 2027 toe te laten dat GVB nog niet op alle lijnen de minimaal geëiste frequenties hoeft te rijden, kan GVB vanaf 29 maart wel al ov-verbindingen gaan rijden die verder gaan dan de minimumeisen. Met het accepteren van iets minder hoge frequenties krijgen we dus eerder een fijnmaziger netwerk. Deze extra ov-verbindingen passen bij de stapsgewijze ontwikkeling naar het ambitienetwerk van GVB voor het eind van de concessieperiode. Vanaf het Jaarplan 2028 moet GVB wel te rijden volgens de PvE eisen voor frequenties per lijntype. Tijdens de ingroeiperiode (2026-2027) werkt GVB aan de werving van voldoende personeel. Dit doen zij onder andere met de extra middelen (deels uit het maatregelenpakket Bikker), die de Vervoerregio ter beschikking stelt in 2025 en 2026 voor additionele wervingsacties. Daarnaast werken we in samenwerking met andere ov-autoriteiten binnen DOVA aan een landelijke imagocampagne voor de ov-sector.

Nieuw Metronetwerk Amsterdam

In 2025 heeft de Vervoerregio Amsterdam een uitgebreid traject doorlopen ter voorbereiding op de besluitvorming over het nieuwe metronetwerk van Amsterdam. Hierbij lagen er vier mogelijke opties voor het toekomstige metronetwerk voor. Na een zorgvuldig traject en afweging van alle belangen heeft het dagelijks bestuur optie 1 aangewezen als het toekomstige metronetwerk. Concreet betekent dit besluit dat de Gaasperplaslijn wordt verbonden aan Isolatorweg. Met de exploitatiekosten voor het nieuwe metronetwerk heeft GVB al rekening gehouden in de bieding voor de nieuwe concessie Amsterdam. De wijziging van het metronetwerk is in lijn met de concessieafspraken en heeft voor wat betreft exploitatiekosten geen begrotingsgevolgen voor de Vervoerregio.

Ter ondersteuning van het nieuwe metronetwerk is besloten tot het opstellen van een aanvullend maatregelenpakket. De kosten van deze maatregelen en de dekking hiervan worden op dit moment verder uitgezocht door het projectteam onder leiding van een programmamanager vanuit GVB en de regisseur implementatie vanuit de Vervoerregio.

Vanwege de vele opgaven die voortkomen uit dit besluit, is gekozen om het nieuwe metronetwerk in te laten gaan bij de start van de dienstregeling van Jaarplan Vervoer 2028 (december 2027). Hiervoor is een ontheffing verleend door het dagelijks bestuur van de Vervoerregio.

Uitvoeringskwaliteit

Uitvoering Exploitatie

In het tweede halfjaar van 2025 had GVB bovengemiddeld last van rituitval. Hoewel de uitvalspercentages bij de modaliteiten tram en metro ook boven de streefwaarden zaten, speelde de hoge uitval met name bij bus. GVB is druk bezig met het werven van personeel en in het eerste kwartaal van 2026 zijn de uitvalcijfers dan ook zichtbaar gezakt. Bij de start van Jaarplan Vervoer 2026 (op 29 maart 2026) heeft GVB de productie verhoogd met 6% ten opzichte van basisjaar 2023. Onder andere de verlenging van tramlijn 25 naar het Muiderpoortstation en frequentieverhogingen bij buslijnen zorgen voor meer ov-aanbod in Amsterdam. GVB blijft komende tijd druk bezig met het inzetbaar houden van voldoende personeel, en het werven van nieuw personeel. Onder andere met behulp van de impulsen uit de Bikkergelden vanuit de Vervoerregio dragen we bij aan het werven en opleiden.

Al deze maatregelen hebben er in de afgelopen maanden toe geleid dat de uitval gedaald is, en dat we met vertrouwen uitkijken naar het uitbreiden van het ov aanbod eind maart 2026. In het Ambitieplan (zie hieronder) geeft GVB aan hoe ze ingroeien naar de kpi’s van de concessie Amsterdam 2025.

Ambitieplan GVB

GVB heeft aangegeven dat het een uitdaging is om meteen aan de start van de nieuwe concessie aan alle kpi’s te kunnen voldoen. Daarom spreken we in het een ambitieplan voor een beperkt aantal kpi's een ingroeipad af. Het ambitieplan wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur van de Vervoerregio. Met dit plan worden afspraken voor de jaren 2026 en 2027 vastgelegd om stapsgewijs te groeien naar de streefwaarden volgens de nieuwe concessie. Wij monitoren binnen concessiebeheer de voortgang op de acties die nodig zijn om de verbeterstappen te kunnen maken.

Reisinformatie

Als het gaat om reisinformatie focust GVB zich op dit moment vooral op reisinformatie bij verstoringen. De digitale reisinformatie bij verstoringen van de dienstregeling is vaak onjuist, wat voor veel hinder zorgt bij reizigers. Zoals genoemd in de begroting 2026 zijn er in de nieuwe concessie Amsterdam strengere eisen opgenomen ten aanzien van reisinformatie en heeft de Vervoerregio om een verbeterplan gevraagd omdat de prestaties nog niet voldoende zijn. GVB heeft dit vertaald in het Jaarplan Reizigers 2026 en presenteert hiervoor in het tweede kwartaal een plan van aanpak met een planning om met name de problemen rondom reisinformatie bij verstoringen te herstellen. De oorzaak van de onjuiste reisinformatie zit op dit moment voornamelijk aan de technische kant. De technische problematiek blijkt complex en daarom heeft GVB tijd nodig om de problemen op te lossen.

Wanneer GVB een oplossing heeft gevonden voor deze acute problematiek, gaat zij zich qua reisinformatie richten op de minder urgente zaken. Denk hierbij aan de ontwikkelingen rondom reisinformatie in combinatie met de wens van GVB voor het tonen van reclame in de voertuigen. En GVB werkt aan gastvrij omroepen en het verbeteren van overstapinformatie. Ook gaat Seintje 2.0 in het eerste kwartaal van 2026 de laatste fase in, wat resulteert in het melden van defecte liften en roltrappen in de reisplanner van GVB.

Reizigersopbrengsten

Zoals genoemd in de tweede Bestuursrapportage van 2025, hebben we GVB een voorschot verleend vanwege de achterblijvende reizigersopbrengsten. Op basis van de beschikbare cijfers in het eerste kwartaal van 2026, voorzien we dat de reizigersopbrengsten over 2025 inderdaad lager gaan uitvallen dan de taakstelling.

In 2026 verwachten we een licht positief effect op de reizigersopbrengsten vanwege het hogere aanbod van het Jaarplan 2026 dat start vanaf 29 maart. In het Jaarplan Reizigers 2026 heeft GVB ook acties uitgewerkt om de reizigersaantallen verder te laten groeien. Dit zal naar verwachting echter nog niet genoeg zijn om de structurele landelijke trends al in 2026 om te draaien richting een positieve groei. Op landelijk niveau werken we samen aan een imagocampagne voor het ov. Binnen de Vervoerregio blijven we daarnaast ook sturen op het vergroten van het aanbod en het verbeteren van de uitvoeringskwaliteit. We zijn in continue overleg met de wegbeheerders om de hinder van werkzaamheden op de ov-exploitatie te verminderen.

De verwachting voor 2026 is dat de werkelijke reizigersopbrengsten wederom lager uitvallen dan de taakstellende opbrengsten. In dat geval draagt GVB het risico over de eerste € 2,7 miljoen. Voor het resterende tekort is de Vervoerregio verantwoordelijk, mits de lagere opbrengsten buiten de invloedssfeer van GVB liggen. We blijven de ontwikkeling van de reizigersopbrengsten nauwgezet monitoren en komen hier in de tweede bestuursrapportage op terug.

Strategische activa

Strategische activa zijn nodig om de concessie Amsterdam uit te kunnen voeren. Denk hierbij aan de voertuigen (bussen, trams en metro’s) maar ook aan vastgoed en systemen. Vervoerregio bekostigt investeringen in strategische activa. GVB is de contractpartner. Investeringen in bestaand en nieuw materieel dragen bij aan de doestellingen binnen het beleidskader. Daarbij wordt ingezet op bereikbaarheid, gezondheid, inclusiviteit, veiligheid en duurzaamheid. De komende jaren en decennia blijft de Vervoerregio zich inzetten om het ov-aanbod te vergroten, waar met het materieel tijdig op ingespeeld moet worden. Dit gaat om investeringen in elektrische bussen en tramvoertuigen. Daarnaast is de instandhouding van het huidige materieel een belangrijke opgave, er wordt geïnvesteerd om het huidige materieel veilig en beschikbaar te houden.

Meerjareninvesteringsplan 2026-2040 (MJIP)

Het meerjareninvesteringsplan 2026-2040 (MJIP), wat eind 2025 door GVB is ingediend, is niet vastgesteld door het dagelijks bestuur. Net als bij het MJIP 2025-2039, sluit de budgetbehoefte van het MJIP niet aan op de door de Vervoerregio beschikbaar gestelde budgetten voor strategische activa. Zoals ook in de begroting 2027 is opgenomen, is er in het eerste halfjaar van 2026 gewerkt aan meer grip op de activa investeringen door een gedeeld beeld te krijgen over het reservematerieel. De uitkomsten hiervan worden naar verwachting in het derde kwartaal van 2026 vastgesteld waarna er volledig draagvlak is over de hoogte van het MJIP. Wij verwachten hier in de tweede bestuursrapportage van 2026 op terug te komen.

Het bijgewerkte MJIP zal naar verwachting de eerder benoemde budgetspanning niet oplossen. Om de budgetspanning op te lossen, is het nodig om ook de oplossingsmogelijkheden van de Vervoerregio in te zetten, waar dit mogelijk is. Activa en de uitvoering van de concessie zijn onlosmakelijk verbonden. Zonder oplossingen binnen activa kunnen niet alle door GVB gewenste investeringen in nieuwe strategische activa gedurende de concessieperiode plaatsvinden. Dit bemoeilijkt de opgave om de gemaakte afspraken in de concessie uit te kunnen voeren en de ambities van ons als Vervoerregio waar te maken. We voorzien in de kadernota van 2028 concrete voorstellen aan de raad voor te leggen om de huidige budgetspanning op te kunnen lossen. Daarbij verwachten wij naast de financiële opgave dat er ook structuurwijzigingen binnen strategische activa nodig zijn voor verbeterde sturing, zekerheid, toekomstvastheid en groei. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het samenvoegen van dagelijks onderhoud en groot onderhoud onder één contract. Hiermee is er zicht op de totale instandhouding, wat nu nog onder twee contracten is verdeeld. Zoals in de begroting van 2027 benoemd, worden hier acties toe ondernomen. Ook richting de herijking van het contract in 2028 bekijken we dit.

Metro

De in- en uitstroom van metrovoertuigen verloopt volgens de planning. Alle 30 M7 metrovoertuigen rijden al enige tijd in Amsterdam. De aanvullende 13 bestelde M7 voertuigen zijn in productie en stromen in 2027 in. De oude metro’s stromen uit naarmate de 13 M7 voertuigen instromen.

Tram

De start van de aanbesteding van 17G trammaterieel, wat een deel van het Combino (13G/14G) trammaterieel vervangt, heeft een kleine vertraging opgelopen. Na goedkeuring door het dagelijks bestuur in de zomer van 2025 is niet direct in 2025 de aanbesteding gestart. De verwachting is dat de aanbesteding in het eerste halfjaar van 2026 van start gaat. De vertraging heeft daarbij geen impact op het levermoment van de voertuigen. De voertuigen stromen vanaf 2032 in. Zoals in de begroting 2026 opgenomen krijgt het tweede deel van de Combino trams een levensduur verlenging waarvan in 2026 uitgezocht wordt welk onderhoud daarvoor nodig is. De planning verloopt zoals verwacht waarbij er aan het eind van het jaar een voorstel aan het dagelijks bestuur voorgelegd kan worden.

Bus

Zoals in de begroting van 2026 stond opgenomen, was de kans reëel dat niet alle nieuwe elektrische bussen in 2025 in zouden stromen. In oktober 2025 is er uitgebreid naar de raad gecommuniceerd over de vertraagde levering. Naar verwachting worden de laatste dieselbussen in 2027 vervangen zodat er vanaf 2028 volledig zero emissie gereden kan worden. Bij het instromen van de nieuwe bussen staat de kwaliteit van de voertuigen centraal.

Voor de vierde bestelling van elektrische bussen is gebruik gemaakt van de tijdelijke regeling specifieke uitkering Zero Emissiebussen. Er is een aanvraag gedaan voor deze regeling van € 1,2 miljoen. De aanvraag zal toegekend worden aan het activabudget, zodra er aan alle voorwaarden is voldaan.

De vlootstrategie bus is ambtelijk afgestemd, maar in tegenstelling tot de verwachting uit de begroting 2026 nog niet bestuurlijk ter besluitvorming aangeboden. Naar verwachting zal de strategie in 2026 voorgelegd worden aan het DB. De strategie zal voor meer structuur zorgen bij voertuigbestellingen doordat er vaste bestelmomenten zijn, en er vaker bijgestuurd kan worden op ontwikkelingen in de stad. Dit zal zorgen voor meer rust in de organisaties en een betere voorspelbaarheid.

Tabel 8. Baten en lasten Concessie Amsterdam

Bedragen x € 1.000

De budgettaire aanpassingen binnen het subprogramma Concessie Amsterdam.

Amsterdam (Exploitatie)

  • De bedragen voor de exploitatiesubsidie en de subsidie sociale veiligheid binnen de concessie Amsterdam zijn geïndexeerd naar het voorlopige prijspeil 2026. Een specificatie van percentages zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1.4 Concessies onder kopje indexaties. De verhoging bedraagt € 7,8 miljoen. Dit is een structureel effect en wordt gedekt uit de BDU indexatie.

  • In 2025 is € 6,5 miljoen uit het groeifonds niet besteed. Dit bedrag wordt doorgeschoven naar 2026 en blijft, volgens de financiële bepalingen van de Concessie Amsterdam 2025, beschikbaar binnen het groeifonds. Dit is een incidentele verhoging.

  • Daarnaast wordt, naar aanleiding van de subsidievaststellingen 2023 en 2024, € 1,7 miljoen toegevoegd aan het kwaliteitsfonds. Dit betreft een onderbesteding van subsidie voor sociale veiligheid. Dit is een incidentele verhoging. Dit bedrag is doorgeschoven in de jaarrekening 2025 naar 2026.

  • Een wijziging in de systematiek van bekostiging leidt tot een herschikking van budgetten binnen de concessie Amsterdam. Dit houdt in dat, op verzoek van GVB, de overheadkosten van GVB Exploitatie B.V. (zoals kosten voor directie, financiën, HR, en commercie) op een zuiverder manier toegerekend aan het dagelijks onderhoud, dat deel uitmaakt van de Exploitatiekosten, en het groot onderhoud, dat onderdeel is van de kosten voor Strategische Activa.
    Het exploitatiebudget verschuift hierdoor naar het strategische activabudget binnen het subprogramma Concessie Amsterdam. Nu sluit de financiële inrichting aan op de nieuwe bekostigingssystematiek. Dit is een structurele bijstelling van € 7,6 miljoen. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de totale begroting van de concessie Amsterdam.

Strategische Activa

  • De voorlopige indexatie voor 2026 bedraagt structureel 2,6%. Daarnaast zorgt het verschil tussen de werkelijke (4,02%) en voorlopige (3,35%) indexatie over 2025 voor een verhoging van 0,67%. In totaal wordt een bedrag van € 2,6 miljoen voor indexatie aan de begroting van dit subprogramma toegevoegd. Dit wordt gedekt uit de BDU-indexatie.

  • In de tweede bestuursrapportage 2025 is aangegeven dat er een bedrag wordt doorgeschoven naar 2026. De uitgaven voor kapitaallasten van strategische activa zijn vanuit 2025 naar 2026 en verder doorgeschoven. Dit is het gevolg van investeringen in bussen, metro’s en trams die later plaatsvinden dan gepland. Deze vertragingen worden veroorzaakt door productieproblemen bij leveranciers en wijzigingen in de planning van grootschalige onderhoudswerkzaamheden aan voertuigen. Het voorlopige bedrag dat naar 2026 wordt doorgeschoven bedraagt € 12,8 miljoen en is een incidentele verhoging. De precieze verdeling zal afhangen van toekomstige investeringen die in de rapportage van GVB in 2026 geactualiseerd worden.

  • De wijziging in de systematiek van bekostiging zoals beschreven in het laatste punt onder de toelichting van ‘Amsterdam (exploitatie)’ onder het kopje aanpassingen binnen het subprogramma leidt tot een herschikking van budgetten binnen de concessie Amsterdam.
    Deze aanpassing leidt daardoor tot een verschuiving van budgetten. Nu sluit de financiële inrichting aan op de nieuwe bekostigingssystematiek. Dit is een structurele bijstelling van € 7,6 miljoen.

  • De wijziging van de systematiek zoals beschreven in het laatste punt onder de toelichting van ‘Amsterdam (exploitatie) was nog niet verwerkt voor 2025. De aanpassing van de systematiek van bekostiging was niet verwerkt in de budgetten van 2025 binnen de concessie Amsterdam. Er wordt € 6,4 miljoen vanuit de exploitatie toegevoegd aan het budget voor strategische activa. De overheveling wordt gedekt uit het doorgeschoven budget van de exploitatie uit 2025. Dit is een incidentele verhoging.

De budgettaire aanpassing tussen de subprogramma’s

Vanuit Motie Bikker heeft een overheveling van € 6,6 miljoen plaatsgevonden met betrekking tot de SOV-compensatie voor de concessie Amsterdam. Deze correctie is incidenteel en betreft een verschuiving van Motie Bikker die opgenomen is onder het subprogramma Concessies Streek naar Concessie Amsterdam.