In de begroting 2026 beschreven we al dat we de ambitie hebben om de belangrijke rol van het ov binnen STOMP te versterken. Daarvoor is een stijgende lijn nodig in het aanbod en de uitvoeringskwaliteit. We werken aan plannen om de gelden van intensivering ov zo effectief mogelijk in te zetten, en zetten vol in op het verbeteren van de uitvoering van onze lopende concessies waar nodig.
Vanuit het maatregelenpakket Bikker lopen meerdere onderzoekstrajecten die ons ov-netwerk de komende jaren verbeteren in de richting van onze strategische doelen, bovenop wat we in de huidige contracten hebben afgesproken. Het gaat hier om thema’s als tarieven, netwerkopzet rondom schaalsprongen zoals OVAH (ov verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer) en OVSA (ov verbinding Sloterdijk – Amsterdam), frequenties, en imagocampagnes. We verwachten hier in 2026 meerdere resultaten van, met voorstellen voor bestedingen uit het Ontwikkelfonds ov tot gevolg.
Eindafrekeningen 2023 en 2024
Op het moment van schrijven worden de definitieve eindafrekeningen voor de jaren 2023 en 2024 voor de concessies Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland opgemaakt. Hierin zit onder andere de verrekening van minderwerk als gevolg van rituitval. Indien een vervoerder minder kilometers rijdt dan afgesproken, worden deze niet gereden kilometers verrekend met de subsidie. We betalen dan dus minder, want krijgen ook minder.
De oorzaak van de rituitval ligt aan de grote personeelsproblemen. In 2023 was dit probleem het grootst. Om te kijken hoe de vervoerders presteren reizen mystery guests in opdracht van de Vervoerregio regelmatig mee met het ov om metingen te doen. Op basis van hun constateringen wordt het materieel, reisinformatie en de dienstverlening beoordeeld vanuit het oogpunt van de reiziger. Als de mystery guests constateren dat de vervoerder niet aan onze eisen voldoet, kan daarvoor een boete worden gegeven door de Vervoerregio. Daarnaast zijn er boetes voor punctualiteit en rituitval opgelegd. Er zijn ook de bonussen toegekend, zoals voor sociale veiligheid door het tegengaan van zwartrijden. De vaststelling van de eindafrekeningen zal iets later dan gepland plaatsvinden, namelijk in het tweede kwartaal van 2026. Naar verwachting stroomt er hierdoor geld naar het Ontwikkelfonds ov. Dat wordt verwerkt nadat de eindafrekeningen zijn vastgesteld. De vertraging in de vaststelling heeft te maken met de definitieve beschikking van de Transitievergoeding Openbaar Vervoer (TVOV) door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waarvan een groot deel van de subsidie voor 2023 afhankelijk was. Deze beschikking is eind 2025 afgegeven door het ministerie.
Ontwikkelfonds ov
De beschikbare gelden in het Ontwikkelfonds ov zijn het gevolg van bedragen die we eerder niet konden uitgeven of terugkregen, in verband met achterblijvende resultaten bij vervoerders, minder aanbod dan beoogd of omdat zaken binnen onze concessies goedkoper uitvielen dan vooraf ingeschat. De bedragen vanaf 2027 bestaan ook uit gelden vanuit de intensivering ov.
In de jaarstukken over 2025 bleek dat we over de afgelopen jaren op deze manier veel geld toevoegen aan het Ontwikkelfonds ov. Financiële meevallers, die gelijktijdig een tegenvaller voor de reiziger zijn omdat ons verbeterpotentieel niet maximaal benut werd. Het is dus goed dat dit geld beschikbaar blijft voor verbeteringen.
In 2026 werken we aan gerichte bestedingen die het ov in het hier en nu beter maken. Zoals het elektrificeren van meer bussen in de concessie Amstelland Meerlanden.
Tabel 7. Ontwikkelfonds
Bedragen in € 1.000,-
| Onderdeel | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Begroot 2026 | 2026 + doorschuif | Begroting 2027 | Begroting 2028 en verder | Totaal (vanaf doorschuif 2026) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Kwaliteitsfonds concessie Amsterdam |
|
|
7.500 |
3.000 |
6.000 |
6.000 |
15.000 |
|
Reeds opgenomen in normkosten concessie Amsterdam 2025 |
|
|
|
-3.000 |
-6.000 |
-6.000 |
-15.000 |
|
Zomepanelen |
130 |
|
330 |
460 |
|
|
460 |
|
Tariefactie 2024/2025 |
1.740 |
1.281 |
|
|
|
|
0 |
|
S&C onderzoeken |
500 |
198 |
|
302 |
|
|
302 |
|
Tlexvervoer Amsterdam |
|
|
|
300 |
|
|
300 |
|
Compensatie Hinder |
225 |
38 |
|
|
|
|
0 |
|
Extra ZE bussen in AML vervanging 21 IVECO |
4.775 |
|
5.000 |
9.775 |
1.225 |
|
11.000 |
|
Extra inzet GVB werving en selectie |
|
|
|
|
500 |
|
500 |
|
Toegevoegde BDU indexatie voorlopig 2026 |
|
|
|
285 |
45 |
680 |
1.010 |
|
Vrijval mutatie 2025 |
|
|
|
651 |
|
|
651 |
|
Toegevoegd jaarstukken 2025 |
|
|
|
20.011 |
|
|
20.011 |
|
Beschikbaar |
|
|
|
|
|
16.910 |
16.910 |
|
Totaal in ontwikkelfonds ov |
7.370 |
1.517 |
12.830 |
31.785 |
1.770 |
17.589 |
51.144 |
De uitgaven voor de projecten in het Ontwikkelfonds ov voor 2026 zijn geactualiseerd. Het begrote bedrag in 2026 is € 31,8 miljoen. Hiervan is € 20,7 miljoen toegevoegd uit 2025 door afrekeningen van de concessies over eerdere jaren. Daarnaast zorgt de indexatie van 2,6% naar prijspeil 2026 voor een budgetverhoging van € 0,3 miljoen.
De bijdrage voor de concessie Amsterdam aan het kwaliteitsfonds van € 15 miljoen is herverdeeld over 2026, 2027 en 2028 in overeenstemming met de bieding van GVB. Het Kwaliteitsfonds is vanaf nu begroot onder de concessie Amsterdam voor een bedrag van € 3,0 miljoen in 2026, € 6 miljoen in 2027 en € 6 miljoen in 2028. Omdat deze bedragen opgenomen zijn onder de concessie Amsterdam, worden de kosten die gedekt worden uit het Kwaliteitsfonds niet meer in het Ontwikkelfonds ov opgenomen, om een dubbele budgetreservering te voorkomen.
Achterblijvende reizigersopbrengsten
In de tweede bestuursrapportage van 2025 constateerden we een stagnatie in de reizigersopbrengsten in het eerste half jaar van 2025. In de tweede helft van 2025 zijn de reizigersopbrengsten iets verbeterd, maar over het hele jaar 2025 is er nog wel sprake van een lichte daling van het totaal aantal reizigersritten ten opzichte van 2024. Reizigersopbrengsten worden beïnvloed door het aantal reizigers, de reisafstand en het gebruikte reisproduct. Er bestaan verschillen in reizigersaantallen tussen de concessies. We zien een groei van 8% in de concessie Zaanstreek-Waterland, een nagenoeg gelijk aantal reizigers voor Amstelland-Meerlanden en een daling van 4% in de concessie Amsterdam.
Minder reizigers betekent ook minder reizigersopbrengsten. De gevolgen van deze daling voor de exploitatiesubsidie die wij verstrekken aan de vervoerders verschillen per concessie. In de contracten is de risicoverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer op verschillende manieren vastgelegd. In de concessie Amstelland-Meerlanden ligt het risico van tegenvallende reizigersopbrengsten bij de vervoerder. In de concessie Zaanstreek-Waterland stond de Vervoerregio in 2024 en 2025 garant als het niveau van de reizigersopbrengsten lager zou zijn dan 80% van het niveau van 2019. Dat is niet het geval. Daar heeft het dus gevolgen voor de winstgevendheid van deze vervoerders. In de nieuwe concessie Amsterdam is vastgelegd dat GVB risico draagt over de eerste € 2,7 miljoen. Vervoerregio is verantwoordelijk voor het restant mits de daling niet binnen de invloedssfeer van GVB ligt.
Voor de stagnatie in de reizigersaantallen wijzen lokale en landelijke analyses op incidentele oorzaken, zoals weersomstandigheden en structurele oorzaken, zoals de opkomst van de e-bike en thuiswerken. Andere mogelijke oorzaken zijn de tegenvallende kwantiteit en kwaliteit van het aanbod (eerdere afschalingen, rituitval, punctualiteit), hinder (werkzaamheden, stakingen, demonstraties) en het imago en de betaalbaarheid van het ov. Voor de concessie Amsterdam constateert GVB daarnaast ook een impact door de lagere bestedingen van buitenlandse toeristen.
De Vervoerregio blijft zich inzetten op het vergroten van het ov-aanbod en de verbetering van de kwaliteit, om zo de opwaartse spiraal in de vraagontwikkeling en daarmee ook de reizigersaantallen en opbrengsten te herstellen.
OVpay en betaalbaarheid
In 2026 gaan we door met het inzetten van middelen om de tariefwijziging van 2024 te blijven voorkomen. Daarnaast worden dit jaar de uitkomsten van het onderzoek naar nieuwe betaalwijzen beschikbaar. Deze uitkomsten geven ons inzicht in de kosten van maatregelen om de betaalbaarheid van het ov voor specifieke doelgroepen te verbeteren. Vanwege geplande wijzigingen in het landelijke tarievenkader per 1 januari 2027, geven we in 2026 eerst prioriteit aan de uitwerking van een tariefmaatregel voor ouderen met een minimuminkomen. Hiervoor treden we in gesprek met de regiogemeenten en vervoerders zodat de maatregel op tijd kan starten. Voor de financiering van de maatregel in 2027 zullen we een deel van het structureel beschikbare budget voor tariefmaatregelen inzetten.
In lijn met de tariefbesluiten van 2025 en 2026, en als onderdeel van de overgang naar OVpay, vervangen de vervoerders in 2026 de ‘Randstad Noord Zone’ abonnementen op de OV-chipkaart. Hiervoor in de plaats komen de nieuwe ‘Randstad Noord Vrij’ abonnementen op de bankpas en de nieuwe OV-pas. De nieuwe ‘Randstad Noord Vrij’ abonnementen zijn concessie-overstijgend en geldig in de door de reizigers meest gebruikte gebieden. Daarnaast bieden de vervoerders diverse kortingen op saldoreizen en eigen abonnementen aan.
De overgang naar OVpay gebeurt onder regie van de vervoerders via Translink. De vervoerders doen jaarlijks tariefvoorstellen die door de Vervoerregio worden getoetst en vastgesteld in een tariefbesluit per concessie.
Bikkermiddelen
2026 is het laatste jaar waarin het maatregelenpakket Bikker wordt uitgevoerd. Een groot deel van dit pakket is ondergebracht als extra activiteiten in de subprogramma’s ov-concessies en AMRI. Het maatregelenpakket Bikker maakt het versneld verbeteren van de toegankelijkheid van metrostation Ganzenhoef en de volledige vloot van 15G trams mogelijk, vergroot met extra metro’s en betere monitoring de uitbreidbaarheid en betrouwbaarheid van de Amsterdamse metro en helpt het ov voor reizigers betaalbaarder te houden. Ookdragen we extra bij om personeelstekort bij vervoerders sneller terug te dringen. Veel van de maatregelen hebben ook effect na de periode waarin het maatregelenpakket wordt uitgevoerd en helpen ons verschraling van ov te voorkomen. In juni 2026 wordt de regioraad, gelijktijdig met deze bestuursrapportage, in detail geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het maatregelenpakket.
Zoals eerder gemeld heeft de Vervoerregio het maatregelenpakket Bikker ook moeten inzetten om twee kortingen vanuit het Rijk op te vangen. Een korting van 10 miljoen op de vergoeding die vervoerders krijgen van het Rijk voor het accepteren van het studenten ov-reisproduct, en een korting op de BDU-indexatie in 2025. Beide zijn structureel, in totaal gaat het om zo’n 14 miljoen per jaar. Om acute verschraling van ons ov af te wenden zijn de gelden uit het maatregelenpakket Bikker aangewend om de kortingen te compenseren in 2025 en 2026. De BDU-indexatiekorting in 2026 wordt in deze bestuursrapportage aan de raad voorgelegd ter goedkeuring. De overige kortingen zijn eerder goedgekeurd in eerdere begrotingen en wijzigingen daarvan door de raad. Dit gaat ten koste van enkele ambities die de Vervoerregio met het pakket heeft, maar niet van concrete, al in gang gezette, activiteiten.
Eind 2025 nam de Tweede Kamer de motie De Hoop/Grinwis/Kent aan, waarmee de SOV-korting voor 2026 en 2027 tijdelijk wordt teruggedraaid. De uitwerking van deze motie is op het moment van schrijven nog niet geformaliseerd. De vergoeding van de SOV-compensatie blijft vanuit Bikker van kracht en de Vervoerregio is voornemens dit extra geld naar aanleiding van de motie De Hoop/Grinwis/Kent in te zetten om in eerste instantie de bezuinigingen op het Ontwikkelfonds ov, zoals beschreven in de begroting 2027, terug te draaien. Daarmee wordt het geld, net als de Bikkermiddelen, ingezet om verschraling van het ov te voorkomen.
Sociale Veiligheid
In de eerste helft van 2026 zijn de resultaten bekend geworden van de Monitor Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer (MSVOV) over het jaar 2025 van alle concessies van de Vervoerregio. Het MSVOV is een jaarlijks onderzoek dat eerder enkel in de Concessie Amsterdam werd afgenomen. Dit jaar is het onderzoek voor het eerst ook uitgevoerd voor de concessiegebieden Zaanstreek-Waterland en Amstelland-Meerlanden. De MSVOV geeft inzicht in de veiligheidsbeleving van reizigers en niet-reizigers in het gebied en gaat over alle ov-voorzieningen in de regio. Dit betekent dat ook NS wordt meegenomen. Er is veel informatie uit de monitor te halen. De resultaten vormen sturingsinformatie voor de Vervoerregio, de vervoerders, gemeenten en andere veiligheidspartners. Ook zijn de resultaten van de OV Klantenbarometer 2025 bekend. Hier zijn voor sociale veiligheid geen significante verschillen uit gekomen.
In mei 2026 zal ook het WhatsApp Meldnummer van de Vervoerregio Amsterdam live gaan. Dit betekent dat reizigers van de drie vervoerders in de concessiegebieden van de Vervoerregio laagdrempelig meldingen kunnen doen van incidenten of onveilige situaties. De meldingen geven inzicht in trends en we zien waar en wanneer incidenten zich voordoen. Daarmee kan gerichter een plan worden gemaakt. De meldingen worden niet direct opgevolgd. Bij spoed- of noodsituaties blijft het nodig de chauffeur te waarschuwen of zelf de politie te bellen.
In het eerste kwartaal van 2026 zijn extra toezichthouders ingezet op metrostation Van der Madeweg. Dit gebeurde naar aanleiding van meldingen van mensen die zich onveilig voelden op het station. De extra toezichthouders worden bekostigd uit het budget dat beschikbaar is gesteld vanuit de motie Bikker.
In het eerste kwartaal van 2025 is er onderzoek gedaan naar de samenwerking op het gebied van sociale veiligheid in het ov. Er is capaciteit vrijgemaakt om de aanbevelingen uit het onderzoek verder uit te werken. Alle partners dragen hieraan bij, zo ook de Vervoerregio. Daarnaast wordt het OV Concept Sociale Veiligheid (voorheen het serviceconcept) doorontwikkeld. GVB heeft een programmamanager aangenomen voor de uitvoering van het programma.
OV-Klantenbarometer
De OV-Klantenbarometer is een jaarlijks onderzoek in opdracht van CROW en de concessieverleners. Het onderzoek meet sinds 2001 de klantwaardering van reizigers in het openbaar vervoer (bus, tram, metro, trein en een aantal veerdiensten). In de vervoerregio Amsterdam gaat het om de concessies Amstelland-Meerlanden, Amsterdam (bus, tram en metro) en Zaanstreek-Waterland. De Vervoerregio gebruikt de resultaten van de ov-klantenbarometer in haar concessies voor het bepalen van de bonus/malus. De resultaten geven inzicht in welke aspecten nog verbeterd kunnen worden en hoe de concessies van de Vervoerregio presteren ten opzichte van andere concessies in Nederland. De vervoerders gebruiken de resultaten voor bijsturing en verbetering van hun dienstverlening. Hieronder zijn de scores per concessie te vinden.
In totaal scoort de Vervoerregio Amsterdam net lager dan het landelijk gemiddelde voor regionaal ov; 7,8 en opzichte van 7,9. In 2024 was dit nog gelijk met een 7,8. Voor de concessies Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland en bij Amsterdam Metro is de waardering in 2025 gelijk gebleven ten opzichte van het jaar ervoor. De tram en de bus in de concessie Amsterdam heeft juist een hogere waardering gekregen ten opzichte van 2024. Tram is van een 7,8 naar een 7,9 gestegen, terwijl bus van een 7,5 naar een 7,8 steeg.
De ov-klantenbarometer is een zeer belangrijke indicator van de mate waarin het ov als aantrekkelijk wordt ervaren door de reiziger. Niet voor niets werken we daarom als onderdeel van de strategische doelen, ook uit welke streefwaarde voor de score op de ov-klantenbarometer we willen gaan hanteren. We hebben namelijk ambitie om te stijgen op dit onderwerp. Momenteel werkt de Vervoerregio dit uit in een streefwaarde voor 2050 en kijken we daarna welke mijlpalen voor de komende jaren daarbij horen, inclusief eventuele bijsturing op de lopen- de concessie afspraken. Tot slot worden de cijfers gebruikt voor het berekenen van de bonus/malus bij de afrekening van 2025.
Figuur 1. Ov Klantenbarometer Concessies 2025
Indexaties
De indexaties binnen de concessies wijken af van de overige subprogramma’s. Elk onderdeel wordt met een eigen indexatie verhoogd. Hierdoor is het lastig om één (gemiddeld) percentage te noemen. De indexatie is gekoppeld aan de Landelijke Bijdrage Index (LBI) en bestaat uit de volgende onderdelen en voorlopige indexaties voor 2026:
- Exploitatie Bus (Elektrisch) 3,58%
- Exploitatie Tram 3,61%
- Exploitatie Metro 3,42%
- Basismobiliteit 3,58%
- Sociale Veiligheid 4,20%
- De studenten OV kaart 3,63%
De tariefverhoging die vervoerders mogen doorbelasten aan de reiziger worden voor de concessie Amsterdam verrekend met onze subsidiebedragen. Voor de streekconcessies is dat rekening en risico voor de betreffende vervoerders. De Landelijke tarief Index (LTI) bedraagt voor 2026 3,86%.
Daarnaast worden bepaalde onderdelen zoals het Activa Budget, het AMRI budget, het groeifonds en kwaliteitsfonds tegen de BDU-indexatie van 2,6% verhoogd.